22 november, 2023
Algemeen

Engelse taalregels en nieuwe Engelse woorden

Synoniemen van grammatica zijn: spraakkunst en spraakleer. Grammatica is eigenlijk een soort verzamelnaam voor de taalregels. Taalregels zijn het systeem voor het maken van woorden en zinnen. Door allemaal dezelfde taalregels en taalafspraken te volgen zorgen we dat we elkaar goed begrijpen. Taal verandert voortdurend, dagelijks komen er nieuwe woorden bij of verandert de betekenis van een woord.

Breid je woordenschat uit met deze trendy Engelse woorden

Deze nieuwe woorden afgeleid van ‘social media’ en geaccepteerd zijn in de gewone spreektaal. Wat dacht je van het woord ‘fleek’ (Looking good – Flawless Letting Everyone Else Know) of ‘bae’ (schatje – Baby) of ‘fomo’ (angst om iets te missen – Fear Of Missing Out).

Chillaxing  – Blend of ‘chilling’ and relaxing’. Taking a break from stressful activities to rest or relax.

Daycation – A trip or short vacation which lasts only one day (daycationers do not stay away overnight)

Al Desko – Used when you don’t take the time for a proper meal and eat it at your desk. ‘I’m busy with my presentation so it will be another Al Desko lunch’.

De 5 belangrijkste verschillen tussen de grammatica in het Engels en het Nederlands

Omdat zowel Engels als Nederlands tot de familie van de West-Germaanse talen behoren, hebben de talen veel overeenkomstige grammatische eigenschappen. Er wordt zelfs gezegd dat door de overeenkomsten tussen de twee talen, Nederlands de makkelijkste taal is om te leren voor Engels sprekende mensen.
In het Nederlands hebben we veel Engelse woorden die we dagelijks gebruiken of horen. Maar vergeet niet dat er ook in het Engels ook veel woorden die uit het Nederlands komen.

In de 19de eeuw was de invloed van de Nederlandse taal op de Engelse taal het grootst. In de 12de eeuw zien we al wat woorden vanuit het Nederlands. Maar niet alleen in Engeland vinden we Nederlandse leenwoorden. De Nederlanders waren één van de eerste uit Europa, die zich vestigde in Amerika. Sommige Nederlandse woorden komen vanuit de scheepvaart. Vooral in de havens werd veel Nederlands en Engels gemixt. Wat dacht je van de woorden ‘Skipper’, schipper en ‘Cookie’, koekje. Vacation wordt nog steeds in Amerika gebruikt. Britten zeggen ’Holiday’. ‘Keelhauling’, kielhalen. ‘Frolic’ betekent ‘happy’ of ‘cheerful’ maar komt natuurlijk van het Nederlandse ‘vrolijk’.

  • Een van de meest significante verschillen tussen de Engelse en Nederlandse grammatica is de woordvolgorde
  • Eindige en niet-eindige werkwoorden als in ‘Suzan gaat morgen winkelen in Brussel’ letterlijk vertaald: ‘Suzan is going tomorrow shopping in Brussels’ maar niet goed. Wel goed is ‘Suzan is going shopping in Brussels tomorrow’
  • Zinnen die niet starten met een onderwerp als in ‘On Friday we eat fish’ bij de vertaling wordt ‘eten’ en ‘we’ omgedraaid
  • Zinnen die starten met bijzinnen als in ‘If you are going to Amsterdam, I’ll come with you’

Verschillende gebruiken van werkwoordstijden in de Engelse en Nederlandse grammatica.

Zowel het Nederlands als het Engels hebben 4 basis werkwoordstijden: De tegenwoordige tijd, de onvoltooid verleden tijd, de voltooid tegenwoordige tijd en de voltooid verleden tijd. Ook al zijn er gelijkenissen tussen deze tijden, worden ze niet altijd op dezelfde manier gebruikt. Een vrij vaak voorkomende fout die Nederlands sprekende mensen maken wanneer ze Engels spreken is dat ze de Voltooide tegenwoordige tijd gebruiken wanneer ze eigenlijk de onvoltooid verleden tijd moeten gebruiken.

Het gebrek aan hulpwerkwoorden in de Nederlandse grammatica

In het Nederlands maken we geen gebruik van hulpwerkwoorden om een vraagzin te vormen. Dus om een vraag in het Nederlands te vormen, hoef je geen hulpwerkwoord zoals ‘do’ aan de zin toe te voegen. Omdat de hulpwerkwoorden niet altijd aanwezig zijn in de Nederlandse taal, kan het gebruik van ‘do’ en ‘did’ moeilijk zijn voor een Nederlander die de Engelse taal leert. ‘did’ might be a bit tricky for a Dutch beginner learning to speak English.

Enkelvoudige voornaamwoorden in het Nederlands: ‘Iedereen’ wordt gebruikt voor zowel ‘Anyone’ en ‘Everyone’

Waar in de Engelse taal wordt onderscheid gemaakt tussen ‘everyone’ en ‘anyone’, in het Nederlands gebruiken we gewoonweg ‘iedereen’. Dus als je zegt: ‘anyone can learn a foreign language’ of ‘it seems like everyone is learning foreign languages these days’, gebruik je in beide gevallen ‘iedereen’ in het Nederlands.

Zo wordt ‘alles’ gebruikt voor zowel ‘everything’ en ‘anything’. Voorbeelden waar je in het Nederlands het woord ‘alles’ zou gebruiken zijn: ‘everything is written in German or ‘I can’t understand anything written in German.

Het voornaamwoord ‘Het’ (‘It’) wordt zowel voor het enkelvoud als het meervoud van naamwoorden gebruikt

In het Nederlands zeggen we: ‘het zijn tulpen van goede kwaliteit’ letterlijk ‘it are good quality tulips’, dit is natuurlijk vreselijk fout. In het Engels spreek je het als : ‘‘het zijn goede kwaliteit tulpen’ (‘they are high quality tulips’) en ‘ze zijn van goede kwaliteit’ (‘they are of good quality’).

Leuk om de Engelse taal te verbeteren naar het meer professionele en zakelijke niveau? Plan een afspraak in voor een persoonlijk intakegesprek met één van onze ‘native speaking’ taaltrainers in. Neem contact op met ILC-talen via de website, bel naar 0416 563 000 of bekijk onze cursus zakelijk Engels. Graag tot ziens bij ILC.

Mis nooit een onderwerp, schrijf in op de nieuwsbrief:

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.